De nacht is hier geen stilte, maar een rijk landschap van verlangen, magie en verstilling – soms lichtvoetig en speels, soms diep en transformerend.
Shakespeares ‘A Midsummer Night’s Dream’ vormt het poëtisch vertrekpunt: een wereld waarin mensen én elfen dwalen, elkaar verliezen en hervinden, om aan het eind wakker te worden in een andere gemoedstoestand dan waarin ze insliepen. Deze gelaagdheid klinkt door in de gekozen werken van Debussy, Vivaldi, Mendelssohn en Schönberg – componisten die de nacht niet enkel als decor, maar als innerlijke ruimte benaderen.
Boven dit alles zweeft Urania, de muze van de sterrenkunde. Zij is niet de muze van dromen of muziek, maar van hemelse ordening, de kaart van het universum. In haar aanwezigheid krijgt de nacht een ander gewicht: sterren als oriëntatiepunten in chaos. Haar invloed nodigt uit om ook in de muzikale dwaaltochten een kosmische ordening te horen – als waren deze klanken sterrenbeelden aan de nachtelijke hemel van de menselijke ziel.
Claude Debussy sonate voor fluit, altviool en harp
Vivaldi La Notte voor fluit en strijkers
Franz Schubert Nacht und Traüme D827 4’ cello/piano 4
Mendelssohn Notturno uit a Midsummer Night’s Dream (piano trio, Op. 61, MWV M 13: VII. Notturno (Arr. Version for Piano, Violin and Cello by Renaud de Vilbac, August Schulz and Heinrich Plock)
Schönberg Verklarte Nacht








